Houd toch op Nederland vol te noemen
NRC Handelsblad datum: 15-07-2006 | sectie: Opinie | pagina: 07
Oussama Cherribi en Pieter van Os
De huidige xenofobie is schadelijk voor onze reputatie en onze economie
Terwijl Nederlanders sinds enkele jaren massaal vinden dat Nederland vol is, wordt in Groningen wel akkerland onder water gezet voor een nieuw recreatiemeer. Dat kunnen buitenlanders niet begrijpen.
Onlangs werd er voor het eerst gezeild op het Oldambtmeer, het spiksplinternieuwe, kunstmatige meer in het noordoosten van de provincie Groningen. Al jaren gebeurde er niets in het Oldambt. Zo weinig dat het voormalige landbouwgebied onder water is gezet om De Blauwestad te creëren, een gedurfd staaltje ruimtelijke ordening dat overal ter wereld aandacht trok. Ook hier in Amerika, waar je als Nederlander de laatste weken vaker dan ooit vragen krijgt over Nederlandse ontwikkelingen. Enigszins verontruste vragen.
De recente interesse is ontstaan sinds Ayaan Hirsi Alis moeilijkheden met haar staatsburgerschap en haar overstap naar een bekende Amerikaanse denktank. Het vormde de aanleiding voor landelijke dagbladen in de VS om over de harde uitvoering van de aangescherpte Nederlandse immigratiewetgeving te schrijven en de opvallende populariteit van de minister - steevast de voormalige gevangenisdirecteur genoemd - die dit beleid even streng als roekeloos uitvoert.
Het blijkt geen sinecure om de Nederlandse publieke discussie uit te leggen aan geïnteresseerde Amerikanen, al was het maar omdat de bescherming van homorechten, de legalisering van prostitutie en de secularisering van de samenleving voor het gros van de Nederlandse politici en bevolking verworvenheden zijn en geen wapens in een strijd voor verandering, zoals in Amerika. Even lastig blijkt het uit te leggen dat Nederlanders menen dat Nederland vol is, inmiddels immers de heersende opvatting. De berichten dat sommige delen van ons land zo leeg zijn dat ze zonder een enkele evacuatie onder water kunnen worden gezet, helpen daarbij niet. Noch de angst van de noordelijke provincies dat ze leeglopen zonder een peperdure, vooral door de overheid betaalde magneetzweeftrein.
Want al zijn de meeste van onze gesprekspartners nog nooit in Nederland geweest en beperken hun associaties bij Holland zich tot het verhaal van Hans Brinker en de lekkende dijk (Hans Brinker or the Silver Skates, in 1865 geschreven door de Amerikaanse Mary Dodge), ze hoeven niet langer dan een minuut te googlen om te leren dat het onder Amerikanen veel bekendere Puerto Rico aanzienlijk dichter bevolkt is, evenals Zuid-Korea, Taiwan en de staat New Jersey. Om maar niet te spreken van stadstaatjes als Singapore en stedelijke agglomeraties als Los Angeles, Atlanta en New York. In de laatste wonen tien miljoen inwoners in een gebied dat een veertigste beslaat van het Nederlandse grondgebied. En als die vergelijking niet eerlijk is: in Bangladesh wonen bijna drie keer zoveel mensen per vierkante kilometer als in Nederland.
Natuurlijk is de grens tussen dichtbevolkt en overbevolkt relatief. Het is maar wat je een land noemt en wat een provincie. Dat weten wij Nederlanders beter dan wie ook, omdat we eeuwenlang heersten over Java, dat als land het dichtstbevolkte ter wereld zou zijn met inmiddels meer dan 114 miljoen inwoners.
Een Amerikaan kun je ook niet laten schrikken met cijfers over het toenemend aantal allochtonen in Nederland, zoals de sociaal-democraat en publicist Paul Scheffer zijn publiek telkens weer voorhoudt, als waren ze een argument. Minstens één op de tien Amerikanen is immers in het buitenland geboren. En deze statistiek houdt al meer dan honderd jaar stand. In Los Angeles geldt dit zelfs voor meer dan één op twee inwoners. Wekelijks passeren 80.000 buitenlanders de zuidgrens van Amerika en meer dan de helft van de inwoners van de steden New York, Atlanta en Los Angeles spreekt thuis geen Engels.
En als dan ook nog blijkt dat Nederland al twee jaar lang geen immigratie-, maar emigratieland is - er vertrekken meer mensen dan erbij komen - dan wordt het helemaal lastig uit te leggen hoe het publicisten als Scheffer is gelukt de sense of urgency te creëren waar politici als Verdonk hun invloed aan danken. Je moet je in bochten wringen en jokers uitspelen als dreiging van terrorisme en een algeheel gevoel van onvrede, waarbij je onherroepelijk belandt in een moeizame kip-en-ei-discussie.
Maar juist als de discussie verzandt, leeft het gesprek met geïnteresseerde Amerikanen altijd op bij de mededeling dat de uitspraak Nederland is vol, minder dan tien jaar geleden tot een rechtszaak leidde. De politicus Janmaat werd daarin zowaar veroordeeld voor het aanzetten tot rassendiscriminatie. (Hoe bizar de uitspraak ook was, de Hoge Raad bevestigde het vonnis enkele jaren later.) Deze mededeling leidt tot algehele verwondering in het gesprek over Nederland - wat een paar jaar geleden sociaal zo onacceptabel was dat het aan het misdadige grensde, is vandaag de dag de heersende opvatting. Je kunt de Amerikanen slechts uitleggen dat het land er spijt van heeft, dat er sinds de opkomst van Fortuyn in Nederland eindeloos is gesproken en geschreven over de verstikkende cultuur van politieke correctheid en dat de discussianten beterschap hebben beloofd.
Terecht, want het was natuurlijk ook slecht voor het publieke debat dat een opvatting als Nederland is vol niet kon worden gezegd. Maar nu het wel mag, is het merkwaardig dat er nauwelijks meer iemand is te vinden die het daar niet mee eens is, zeker niet op de opiniepaginas van de grote dagbladen. Er is kennelijk geen beterschap gekomen. Het is vandaag de dag vrijwel onacceptabel op te merken dat er in Nederland genoeg ruimte is voor vernieuwing, ontwikkeling en, ja, nieuwe inwoners.
Enkele weken voor zijn dood werd Pim Fortuyn gevraagd of hij in een gesloten reservaat voor voornamelijk blanke gepensioneerden wilde leven, of in een dynamisch land met een gezonde leeftijdsvariëteit, met daarin inderdaad ook alle gevaren en de sociaal-culturele verwarring die allochtonen of buitenlanders met zich meebrengen. Het was de toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg die deze vraag stelde. Na enig aarzelen en aandringen koos Fortuyn eerlijk en consequent voor het eerste scenario. Van der Ploeg niet. Hij is ook nu een van de weinigen die standvastig genoeg is om Nederland nog altijd niet vol te vinden. Maar Van der Ploeg is geen politicus meer en woont en werkt tegenwoordig in Florence. Verder lijkt iedereen te vinden, zeker in de Tweede Kamer, dat Nederland vol is. Discussie gesloten.
Soms dwingen vreemde ogen. Het is uitgerekend een Amerikaan die, in zijn verwondering, de sterkste analyse gaf van de angstaanjagende bereidwilligheid van Nederlanders om hun opvattingen collectief en compleet te conformeren aan de nieuwe mode. De in Nederland wonende hoogleraar Nieuwste geschiedenis James Kennedy spreekt van collectieve, radicale en massale bekeringen en enorme paradigmaverschuivingen. Vorig jaar schreef hij in deze krant (De curieuze hang naar nieuwe dogmas, 27 april 2005): Overeenstemming over de algemene richting van de maatschappij wordt in Nederland als uiterst belangrijk gezien. Als er een nieuwe consensus tot stand is gekomen, is het erg moeilijk om nog kritiek te leveren.
Nederlanders blijken niet meer geïnteresseerd in tegenargumenten, zeker niet in de oude argumenten die horen bij de vorige consensus. Die zijn simpelweg niet meer van deze tijd. Het debat is gesloten, we zijn het weer allemaal met elkaar eens. Kennedy vraagt zich af waar de integriteit is van de opinieleiders van het ancien regime, zij die zich zonder slag of stoot bij het winnende kamp hebben aangesloten en prompt hun oude principes overboord gooien. Inderdaad, vragen wij ons met Kennedy af, waar zijn ze gebleven, de verkondigers van de waarheid van gisteren? Zit iedereen die zich in dit debat achter de geëmigreerde Van der Ploeg schaart, momenteel in het buitenland?
De vraag is van belang omdat de heersende opvatting niet deugt. Nederland is niet vol en door dat wel vol te houden, berokkenen we onszelf enorme schade, zowel economisch als wat onze internationale reputatie betreft. Natuurlijk, er bestaan problemen met de integratie van grote groepen, vaak werkloze gastarbeiders die vanaf de jaren zestig naar Nederland kwamen. Vooral door de geïnstitutionaliseerde neveneffecten van de verzorgingsstaat en de moeite die allochtonen ondervinden op de arbeidsmarkt, hebben zij de werkloosheid in zekere zin doorgegeven aan een jongere generatie, met alle criminaliteit en andere narigheid van dien. Maar dat zijn problemen die doortastende oplossingen behoeven van vooral de minister van Sociale Zaken. Ze roepen om verstandige hervormingen van een vastgelopen verzorgingsstaat, niet om een minister voor Integratie met plannetjes als een verbod op het spreken van een buitenlandse taal in de openbare ruimte (het spijt ons, ook dat haalde de buitenlandse kranten), noch op onbenullige inburgeringsexamens of om de weigering te praten met een imam die je geen hand geeft. En deze problemen roepen al helemaal niet om een hek rond Nederland. Sterker, de overactieve handhaving en uitvoering van de strenge immigratiewetgeving werkt averechts, want is slecht voor de economie, zoals de Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) niet nalaat Nederland te vertellen in haar recente jaarrapporten over immigratie. En andersom geldt weer dat een langzaam groeiende economie een nadelig effect heeft op een open en liberale houding. Stagnatie zoals Nederland die de laatste jaren kent, verkleint de tolerantie van zijn inwoners jegens buitenlanders, zoals de Harvard-econoom Benjamin Friedman in het vorig jaar verschenen boek The Moral Consequences of Economic Growth overtuigend aantoont.
De politiek die wel nodig was - liberalisering van de arbeidsmarkt, hervorming van de sociale zekerheid, eventueel de verlaging van het minimumloon en wellicht enige vormen van wettelijk verplichte positieve discriminatie - had niet alleen de geest van ongebreidelde xenofobie en openlijk beleden immigrantenhaat in de fles gehouden, maar tegelijk het ondernemersschap geholpen.
Dat het een met het ander heeft te maken, hoef je Amerikanen niet uit te leggen. Helaas blijken bij ons zelfs de liberale partijen dat niet te begrijpen. De VVD, waarvan op dit gebied het meeste valt te verwachten, zond afgelopen februari voor de laatste gemeenteraadsverkiezingen zelfs een televisiespotje uit met de belofte de immigratie volledig te stoppen. Hoe troebel economie als wetenschap ook is, het is niet gewaagd te beweren dat het vingers wijzen naar immigranten (en bombastisch blazen over een multicultureel drama) direct verband houdt met de economische stagnatie van de afgelopen jaren. Van de deelnemers aan het huidige wereldkampioenschap voetballen, om maar eens één gênant voorbeeld te noemen, boekte niet toevallig alleen het land Ivoorkust het afgelopen jaar nog minder economische groei dan Nederland. En Ivoorkust wordt verscheurd door een burgeroorlog.
Zolang politici zich als gunstenmakelaars blijven opstellen en niet de ruggengraat hebben om de geest van xenofobie terug te dringen, is er geen ontkomen aan de vicieuze cirkel naar beneden, economisch, maatschappelijk en in internationale relaties.
Maar gelukkig is er nog het Oldambt, waarvan de geschiedenis zo mooi is beschreven door Frank Westerman in de bestseller De graanrepubliek. Behalve een meer van 800 hectare worden er in de Blauwestad zon 1.400 nieuwe woningen gebouwd op 1.600 hectare (grootte van de stad Amsterdam). Het is een project om trots op te zijn. Het kan zelfs een wapen zijn in de strijd van Nederlanders in den vreemde om s lands beschadigd imago in enkele heftige discussies weer iets op te poetsen. Tegelijk bewijst deze nieuwe stad dat er nog genoeg ruimte in Nederland is, voor ondernemen, nieuwe banen en zelfs prachtige villas.
Maar dan moet het wel afgelopen zijn met de door de politiek gelegitimeerde immigrantenvrees. Ondernemers moeten immers genoeg arbeidskrachten vinden, die voor een redelijke prijs die nieuwe huizen kunnen bouwen. Die spreken niet allemaal vloeiend Nederlands.
En niet alleen daarom. Behalve het internationale imago krijgt ook de Nederlandse economie dan weer kans te groeien. Als dat eindelijk weer enige vaart krijgt, zul je zien dat buitenlandse immigranten opnieuw welkom zijn.
De Blauwestad bewijst dat Nederland nog lang niet vol is
Info: Oussama Cherribi, voormalig VVD-kamerlid, is directeur van Emory Development Institute en Liaison van The Carter Center aan de Emory University in Atlanta, VS.Pieter van Os is redacteur en Amerika-correspondent van De Groene Amsterdammer. Het artikel van James Kennedy is te lezen op www.nrc.nl/opinie
Trefwoord: bevolking; minderheden; ruimtelijke ordening
Persoon: Oussama Cherribi; Pieter van Os

Comments